Mensch, durf te leven!

“Je leeft maar heel kort, maar ‘n enkele keer
En als je straks anders wilt, kun je niet meer!
Mensch, durf te leven!”

De eerste regels van een lied van bijna honderd jaar geleden van Dirk Witte. Ik kende het lied alleen van wijlen Ramses Shaffy, de zanger die niet alleen het leven liefhad, maar het leven ook daadwerkelijk dúrfde te leven. Met volle teugen genoot hij ervan, wars van alle opgelegde ‘normen en waarden’, wars van alle beklemmende banden en wars van alles waar hij niets voor voelde. Ramses was de personificatie van het begrip ‘levenskunstenaar’.

“Het leven is heerlijk, het leven is mooi.
Maar – vlieg uit in de lucht, en kruip niet in een kooi!
Mensch! durf te leven!
Je kop in de hoogte, je neus in de wind,
En lap aan je laars hoe een ander het vindt!
Hou een hart vol warmte en van liefde in je borst,
Maar wees op je vierkante meter een Vorst!
Wat je zoekt kan geen ander je geven!
Mensch, durf te leven!”

Ondertussen zie ik om mij heen de mensen verzuren, klagen, doemdenken, ziek worden, opbranden slaafs volgen en slaafs gehoorzamen. Goeroe Angst hebben ze tot leermeester geridderd.
Angst voor een ziekte, angst om hun baan te verliezen, angst voor eenzaamheid, angst voor straf, voor afwijzing, voor succes, voor de waarheid, voor de stilte, voor ongeluk, voor de dood, angst voor onzekerheden…
En terwijl ze zich door angst steeds weer laten (mis)leiden, vergeten ze te leven. Terwijl het aantal gokverslaafden de pan uitrijst, groeit met zo ongeveer dezelfde snelheid het aantal mensen dat kiest voor zekerheden. Een dolkomisch feitje met een dramatische impact.

Mensch, durf te leven!

Mensen blijven trouw loonslaaf van een werkgever die ver van hen afstaat. Mensen blijven werk verrichten dat hun geen plezier, laat staan energie geeft. Mensen blijven hangen in relaties die hun geen goed doen. Mensen blijven (dag)dromen van een leven dat bruist, terwijl ze wegkwijnen in het leven dat zij daadwerkelijk leiden (ik had bijna onbewust ‘lijden’ geschreven).

Mensch, durf te leven!

De enige zekerheid die wij hebben, is dat we ooit zullen sterven. Geen enkele andere. We schrikken ons te pletter als de een of andere ernstige ziekte zich aandient: ‘Jemig, ik zal toch zeker niet dóódgaan?’ Echt wel.
We schrikken, omdat zo’n ziekte ons weer wakker maakt. Ons weer even op het hart drukt, dat het zo maar ineens allemaal voorbij kan zijn. Omdat we die éne zekerheid, die wij vanaf onze kleutertijd al wisten toen opa overleed, in de loop van ons leven naar de achtergrond hebben gedrukt. Een ongemakkelijke waarheid moffelen we graag onder het karpet.

Een van mijn beste vriendinnen overleed in 2002 aan kanker. Een paar maanden voor haar dood hadden wij de grootste schik. Buikpijn van het lachen en lege flessen in de keuken. Ik vroeg haar hoe zij tegen de dood aankeek met die kanker in haar donder. Haar antwoord koester ik nog elke dag: “Kijk Helmi, ik ga waarschijnlijk dood aan kanker, maar jij kan straks zo maar tegen een boom rijden.”
Ik weet nog goed, dat ik tegen de ochtend naar huis fietste en bijna elke boom als een potentieel gevaar zag. Ze had gelijk. We weten niet wanneer, hoe of waaraan, alleen dát we ooit doodgaan.

Ze woonde in een oud rijtjeshuis in een volksbuurt. Haar jongste dochter was verdrietig, omdat ze wist dat haar moeder waarschijnlijk niet lang meer zou leven. Vanuit hun woonkamer had je dagelijks goed zicht op de achterbuurvrouw: een stokoude, verbitterde dame die elke dag achter haar geraniums zat te somberen. Om haar dochter wat vrolijker te stemmen, stelde mijn vriendin haar de volgende vraag: “Wat wil je nu liever, schatje? Dat ik over een paar jaar sterf of zo wordt als onze achterbuurvrouw? Haar dochter koos zonder nadenken voor het eerste en was meteen een stuk vrolijker.

Mensch, durf te leven!

Een aantal jaren geleden bezocht ik met mijn moeder die beroemde ondergrondse graven in Rome, de Catacomben. Een enorm netwerk van onderaardse gangen – soms tot vier, vijf verdiepingen – waarin de vroege Christenen werden begraven. Onze gids was een zeer gedreven, levenslustige, Vlaamse missiepater, ver boven zijn pensioenleeftijd, die van zijn hobby zijn levenswerk had gemaakt: zieltjes winnen.
Op een zeker moment stonden wij met een groepje toeristen in een onderaardse nis, rondom een open graf met een skelet erin. Aan het hoofdeinde stond een chic geklede dame van een jaartje of zeventig, vijfenzeventig. Keurig opgemaakt.
De missiepater wachtte totdat het muisstil was en keek toen naar die keurig geklede dame. Zonder enig cynisme hoorden wij hem zeggen: “Tja mevrouwtje, daar staat u nu. Zo mooi opgemaakt, zo mooi gekleed ook. Maar kijk, (wijzend naar het skelet) uiteindelijk is dit ook úw voorland!”

Mensch, durf te leven!

© Helmi van der Helm

 


2 Reacties op “Mensch, durf te leven!”

  1. Risja Lunes op 22.02.2010 om 11:00

    Topartikel, helemaal mee eens. Zo bogen wij – zoon en ik – ons over het adagium ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt’, om tot de conclusie te komen: dat is NU. En zo ziet hij volgaarne mijn reserves voor later in zijn studie gestoken worden :-)

  2. Die is goed, ja! Zo had ik zelf altijd een bloedhekel aan de populaire slogan ‘Meid, wees op de toekomst voorbereid!’ waarmee je in de jaren zeventig werd doodgegooid. Alle slimme meisjes werden klaargestoomd om wetenschappers te worden of gehersenspoeld om zo succesvol (lees: zo rijk) mogelijk te worden, waarbij men vergat te luisteren naar de wensen van die meisjes. Eigenlijk is er nog steeds niets veranderd… Voor jongens hadden ze geen slogan nodig, omdat hun ‘hersenspoeling’ waarschijnlijk al in hun genen geëvolueerd is. ;-)

Laat een Reactie achter

*) Uw eMail-Adres zal niet worden getoond.